Sinds ongeveer 2010 wandel ik veel in de bossen samen met Nardja Kerkmeer, en dan vinden we vaak van die ouderwetse aluminium treklipjes. Die zaten vroeger aan bier- en frisdrankblikjes, en als je ze er af trekt, dan houd je een los treklipje over. Die lipjes worden al sinds ongeveer 1980 niet meer gebruikt in Nederland. Maar je vindt ze dus nog massaal, na 45 jaar!
Ik had er op een gegeven moment zoveel, dat ik er een conceptueel kunstwerk mee wilde maken. Het eerste idee was om ze om te smelten tot één grote treklip, maar dat is helaas niet gelukt. Wat Nardja en mij wel lukte: ze met transparante epoxy-hars tot meerdere grote treklippen gieten.
Hieronder een beschrijving met foto’s van alle mislukkingen, en het uiteindelijke resultaat.
Van de meeste treklipjes vindt je maar een deel in het bos, of ze zijn verfrommeld, maar soms vind je een mooie:
We hebben de treklipjes eerst gewogen. Daarmee viel het volume van het aluminium te berekenen. Met die informatie kon ik een model in keramiek maken van de te maken grote aluminium treklip. Dat keramiek-model hebben we in een bakje met vormzand gedrukt om een gietvorm te krijgen. We hebben eerst een test gedaan met stukjes aluminium, die we van een grote aluminium-plaat hadden geknipt. Die hebben we in een roestvrijstalen soeplepel gedaan, en verhit met een onkruidbrander. Het gieten mislukte, Het gesmolten aluminium kwam als een bolletje in de gietvorm terecht. Onze conclusie op dat moment was dat het aluminium niet heet genoeg was (later bleek dat dat niet het probleem was).
Om het aluminium heter te kunnen gieten hebben ik toen een keramieken smeltkroes gekocht, bedoeld om metaal te gieten. Het resultaat was helaas hetzelfde, het gesmolten aluminium vloeide weer niet goed uit. Als resultaat geen mooie grote aluminium treklip, maar alleen een klompje aluminium.
We kregen het (foutieve) idee dat we het aluminium met een brander niet heet genoeg konden krijgen. Daarom bedachten we dat het beter was om het aluminium in onze keramiek-oven te smelten. Dan kun je langdurig een hoge temperatuur bereiken. Blikjes-aluminium smelt al bij zo’n 655 graden. Voor de zekerheid hebben we een oventemperatuur 735 graden aangehouden. Met behulp van het keramieken model van de grote treklip, heb ik twee keramieken gietvormen gemaakt, om het aluminium in te smelten.
Eerst hebben we een poging gedaan met het klompje aluminium die we nog hadden van de eerdere tests. Het klompje vervormde wel in de oven, maar het bleef een klompje, het vloeide niet uit tot een treklip. De tweede poging deden we met klein geknipte treklipjes, die we over de gietvorm hadden verdeeld. De kleine stukjes aluminium waren in de oven wel zacht geworden, konden we achteraf zien, maar ze smolten niet aan elkaar. Weer niet gelukt dus.
Ik was er achter gekomen dat stukjes aluminium worden omgeven door een laagje oxide, dat heel taai is, ook als je het verhit. Dit oxide verhindert dat de stukjes aluminium samensmelten. Daarom heb ik de aluminium stukjes vooraf een paar dagen in azijn gezet, om het oxide op te lossen. Daarna heb ik een aantal stukjes aluminium in één van de keramieken vormen gedaan. Om tijd te besparen hebben we toen de brander er op gezet, want het opstoken en afkoelen van de keramiek-oven duurt een dag. Jammer genoeg smolten de stukjes treklip ook nu weer niet samen tot één geheel. Wel zat er nu een scheur in de gietvorm, door de ongelijke verhitting.
We realiseerden ons dat er door het verhitten nieuwe oxide ontstaat op het aluminium. En we kwamen er achter dat er gewoon erg zware middelen nodig zijn om aluminium-stukjes samen te smelten. In aluminium-fabrieken, en bij het lassen van aluminium, worden agressieve chemicaliën gebruikt om het aluminium-oxide los te maken. Omdat we geen agressieve middelen wilden gebruiken, moesten we wat anders verzinnen.
We kwamen op het idee om de treklipjes in transparante epoxy te gieten. Daarvoor konden we mooi de gietvormen gebruiken, die hadden we toch al. De scheur in de ene gietvorm was weer dichtgetrokken, dus daar hadden we geen last van. Ongeveer de helft van de totale hoeveelheid treklipjes was in stukjes geknipt, daarmee konden we, samen met het epoxy, precies twee gietvormen vullen.
Eerst hebben we de vormen ingevet met vaseline, om vastplakken te voorkomen. Na het mengen van het epoxy hebben we een bodempje hiervan in de vormen gegoten. Daarna de in stukjes geknipte lipjes in de vormen gedaan, en afgegoten met weer een laagje epoxy.
Na 36 uur drogen wilden we de gegoten treklippen uit de vormen halen. Ze zaten echter muurvast. Daarom hebben we de vormen kapot geslagen met een steenbeitel. De vormen hadden we toch niet meer nodig. Nadat de grote treklippen zo uit de vormen waren gekomen, hebben we ze bijgeslepen. Er staken scherpe stukjes aluminium uit. Doordat de stukjes aluminium door het meermaals verhitten donkergrijs waren geworden, is het resultaat ook donkergrijs.
We hadden nog een handvol treklipjes over, daarvan hebben we een nog grotere treklip gegoten. Ook weer met epoxy. De gietvorm heb ik los uit de hand geboetseerd, met rode klei die we hier thuis nog hadden liggen. Daarna is de vorm in onze eigen keramiek-oven gebakken. Ik heb wat rode frutsels door het epoxy gemengd, om het eindresultaat wat levendiger te maken.
Om alles bij elkaar te brengen heb ik een houten uitstal-kastje gemaakt, met een glazen deksel. Daarin zijn de grote gegoten treklippen te zien, en een paar van de mooiste treklipjes die we hebben gevonden. En het heeft een QR-code die verwijst naar deze web-pagina.